Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud
Verstedelijking en economie

The new urban agenda - Kansen voor inclusieve en groene verstedelijking

Rapport | 08-12-2017

De New Urban Agenda van de Verenigde Naties erkent de rol voor steden in het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. De declaratie erkent echter ook dat het steden in ontwikkelingslanden ontbreekt aan de benodigde financiële, organisatorische en zelfs wetgevende mogelijkheden om te komen tot een effectieve stadsplanning. In samenwerkingsprojecten is lokale capaciteitsontwikkeling daarom des te belangrijker, zeker gezien het feit dat veel steden kampen met informele stadsuitbreidingen.

Informele praktijken én formele ontwikkelingen zitten elkaar veelal in de weg

Het aantal mensen dat wereldwijd informeel, dat wil zeggen niet formeel burger is van de stad, woont en werkt in steden neemt in absolute aantallen nog steeds toe. Naar schatting gaat het om bijna 1 miljard mensen. Deze mensen zoeken de nabijheid van de formele bebouwing en leven daardoor noodgedwongen op ecologisch kwetsbare plekken zoals in rivierbeddingen of lage gebieden. Door klimaatverandering en door een toenemende wateraanvoer vanuit de groeiende formele stad, nemen de risico’s op overstroming en overlast hier toe. Andersom geldt dat rivierbeddingen en andere groen-blauw retentiegebieden worden vervuild of volgebouwd met informele bebouwing. Hierdoor vermindert de wateropvang, -buffer en -zuiveringscapaciteit voor de stad als geheel.

Een apart achtergrondrapport schetst in detail de afhankelijkheden tussen de formele en informele verstedelijking in de Delta steden Ho Chi Minh City, Beira en Barranquilla. De case studies laten zien dat morfologische en institutionele ontwikkelingen aan elkaar gekoppeld zijn en een grote padafhankelijkheid kennen. Formele en informele processen versterken elkaar niet, integendeel, ze zitten elkaar vaak in de weg. De moderne stadsplanning is niet in staat een brug te slaan tussen beide, met als gevolg een vergroting van de kwetsbaarheid van de armere gebieden en het verlies van de cultuuureigen manier van bouwen.

Nederlandse aanpak past bij problemen en mogelijkheden van steden in ontwikkelingslanden

Het Nederlandse buitenlandbeleid gericht op hulp en handel, is gericht op het bevorderen van  inclusieve en groene groei in ontwikkelingslanden. Daarbij is de Nederlandse aanpak gericht op samenwerking van Nederlandse experts vanuit kennisinstellingen, bedrijven en ngo’s met lokale partijen. In projecten worden niet alleen concrete problemen aangepakt maar wordt ook gewerkt aan lokale capaciteitsontwikkeling en bewustwording. Door netwerken te stimuleren en te ondersteunen ontstaat bovendien een basis voor leren van ervaringen tussen de projecten.

New Urban Agenda biedt steun voor verbetering van Nederlandse aanpak

De New Urban Agenda biedt steun aan de participatieve en op inclusieve en groene groei gerichte aanpak.

De participatieve aanpak kan nog verder worden verbeterd. Bestaande  methoden en instrumenten kunnen verder worden ontwikkeld voor situaties waarin informele verstedelijking een rol speelt. Daarbij is het van belang om de toepassing per project maar ook tussen de projecten kritisch te bekijken. Dit kan via netwerken, door te stimuleren dat projecten, zeker in hun aanpak van elkaar kunnen leren.

Daarnaast is het van belang om de afzonderlijke projecten ook vanuit het beleid te volgen en te evalueren, zeker ook ten aanzien van de bijdrage die ze kunnen leveren aan het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen.De New Urban Agenda van de Verenigde Naties is een aanmoediging voor de aanpak die Nederland hanteert voor een meer inclusieve en groene groei in ontwikkelingslanden. De aanpak kan verder worden verbeterd onder andere door gerichter te sturen op de samenwerking van (inter)nationale experts met lokale sleutelfiguren en deskundigen. Dit is de belangrijkste conclusie van het rapport ‘De New Urban Agenda – kansen voor inclusieve en groene verstedelijking’. 

Auteur(s)Ton Dassen, Like Bijlsma, Leo Pols, Frank van Rijn en Maarten van Schie
Rapportnr.2870
Publicatiedatum08-12-2017
Pagina's29