Logo van het Planbureau voor de Leefomgeving
Naar het hoofdmenuNaar de hoofdinhoud

Circulaire Economie: Wat willen we weten en wat kunnen we meten

Rapport | 15-01-2018

Met het Rijksbrede programma Circulaire Economie Nederland circulair in 2050 schetst het kabinet zijn plannen voor de transitie naar de circulaire economie. Om te kunnen volgen of die transitie op koers ligt is een monitoringssysteem nodig. In het rapport Circulaire Economie: Wat willen we weten en wat kunnen we meten doen we daar een voorstel voor. Het is een gezamenlijk product van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Het rapport is een antwoord op de vraag uit het Grondstoffenakkoord om een monitoringsysteem te ontwikkelen en een nulmeting te verrichten.

Het monitoringssysteem, dat wel nog verder moet worden uitgewerkt, heeft als doel om de inspanningen van overheden en maatschappelijke partijen op het gebied van circulaire economie te volgen en ook de effecten hiervan te laten zien. Het gaat daarbij om de inzet van middelen en het uitvoeren van activiteiten, die leiden tot prestaties en de beoogde effecten (zie onderstaand schema). Op deze manier kunnen de succes- en faalfactoren van het transitieproces naar de circulaire economie worden geëvalueerd.

Het is relevant om het transitieproces en de effecten ervan te monitoren

Om de voortgang van de transitie naar een circulaire economie te kunnen volgen zijn indicatoren nodig voor zowel de effecten, bijvoorbeeld in kilotonnen grondstoffen, als voor het transitieproces. Bij het transitieproces gaat het om kwantitatieve indicatoren zoals investeringen en recyclingspercentages, én om kwalitatieve indicatoren zoals samenwerking tussen ketenpartners, het wegnemen van belemmerende regels en het ontwerpen van circulaire producten. Deze activiteiten leiden pas op termijn tot de beoogde effecten.

Het transitieproces is in het begin nog traag. Daarom is het relevant om zowel het transitieproces als de effecten ervan te monitoren.

Link to infographic: ''
Link to infographic: 2''

Monitoringsysteem als groeimodel

In dit rapport stellen we indicatoren voor waarmee zowel het transitieproces als de bereikte effecten zijn te meten. Monitoring van de effecten is al gedeeltelijk mogelijk, vooral voor grondstoffengebruik, broeikasgasemissies en afval en de verwerking daarvan. Nog niet alle indicatoren die in het monitoringsysteem worden voorgesteld kunnen nu al worden gemeten. Vooral voor het transitieproces is nog weinig informatie beschikbaar.

Het monitoringsysteem moet de komende jaren nog verder worden uitgewerkt, ook met het oog op indicatoren voor de uitvoering van de transitieagenda’s. Het systeem moet worden gezien als een groeimodel dat - samen met de bij de transitieagenda’s betrokken partijen en andere Nederlandse kennisinstellingen - kan worden doorontwikkeld.

Auteur(s)José Potting, Aldert Hanemaaijer, Roel Delahaye, Jurgen Ganzevles, Rutger Hoekstra en Johannes Lijzen
Publicatiedatum15-01-2018
Pagina's96
TaalNederlands